|
REISVERSLAG VAN NONKEL GUIDO China
China heeft een oppervlakte van 9.596.960 km². Er zijn ongeveer 1,3 miljard inwoners (2005) bevolkingsdichtheid 135 inw./km².
DE
VOORBEREIDING China,
het is een fantastisch land om te bestuderen, met een ongekende
voorgeschiedenis, je valt van de ene verrassing in de andere als je vaststelt
welke voorsprong de Chinezen toen reeds hadden op alle andere oude culturen. Slechts
enkele voorbeelden uit de vele honderden die bekend zijn: het oudst bewaard
gebleven boek van papier, de ‘Piyujing’, een werk uit 256 vóór Chr. is van
Chinese oorsprong, terwijl het papier bij de Arabieren pas bekend werd in de 8e
eeuw en bij de Europeanen in de 10e eeuw. In de derde eeuw vóór Chr.
werd tijdens de Qin-dynastie een wegennet aangelegd dat in lengte alle wegen van
het Romeinse keizerrijk uit de tweede eeuw na Chr. nog overtreft. En zelfs
drieduizend jaar vóór Chr. maakte men er reeds geglazuurde, rijkversierde en
natuurgetrouwe weergaven van mens en dier, terwijl in de rest van de wereld
enkel nog maar stenen kruiken bestonden. Het
is onuitputtelijk, de studie van het verre en het nabije verleden van China.
Het werkt verslavend, de studie van het hedendaagse land. Het wordt
spannend, wat dit deel van de wereld ons in de nabije en de verre toekomst nog
brengt. Ik
wist het al lang, maar bij de aanschaf van een paar kaarten wordt het me nog
duidelijker: dit land is veel te groot en bijgevolg is het niet mogelijk een
reis te plannen om China te zien. Ik zal een keuze moeten maken en de reis
beperken tot slechts een klein stukje van de Chinese Volksrepubliek, om later
dan nog eens een ander deel te ontdekken. Dikwijls
kom je langs de hoofdstad het land binnen, en meestal is dit niet de
interessantste plaats om te verblijven wegens te druk, te vervuild, en veel meer
te zien in de omgeving. Maar dit is voor Beijing zeker niet het
geval. Het is een stad met een heel boeiende geschiedenis, waar
enorm veel te zien en te doen is, je kan er dagen lang in rondlopen, ja, zelfs
fietsen in mijn geval. En
dan is er ook nog Xi’an, de stad bekend voor zijn terracottaleger, dat de
grootste archeologische ontdekking van de 20e eeuw mag genoemd worden. De basis
om mijn reisroute te plannen is hiermee gelegd: een boeiende verbinding zoeken
tussen Beijing en Xi’an. Langs tal van historische en religieuze
bouwwerken, over het gebergte en dwars door het platteland tot bij de
plaatselijke bevolking. Het is een verplichting, een ommetje naar de
Chinese Muur, het grootste bouwwerk op aarde met zijn lengte van meer dan 7000
km, een bijna onvermijdelijk bezoek als je in China bent. Het
is ondertussen al mijn derde Aziatisch land dat ik per fiets ga verkennen en
toch is het voorbereidend werk nog even groot als bij de vorige reizen. De
Chinese cultuur is opnieuw zo anders, en ook hier is het heel belangrijk om er
iets meer van te weten, wil je dichter bij de bevolking komen. Toch zal
het moeilijk worden om goede contacten te hebben, voor een deel door het
gesloten karakter van de Chinezen op het platteland, maar vooral de taal zal
hier de grootste hindernis vormen. Tientallen
eeuwen geleden beschouwden de Chinezen hun land als het centrum van de wereld,
alles erbuiten was tot voor kort niet belangrijk voor het volk en hun leiders.
Hier komt echter zeer vlug verandering in, slechts enkele eeuwen nog en China
zal werkelijk het centrum van de wereld zijn. De opmars is nu al begonnen
en door niemand meer te stoppen. Voor
het land met het grootste aantal inwoners ter wereld, momenteel meer dan 1
miljard en 300 miljoen Chinezen (dit is ongeveer 1/4 van de wereldbevolking) is
er ongetwijfeld nog een belangrijke rol weggelegd. Tot halfweg de 20e eeuw was China een gesloten land en werd het overal beschouwd als een rustig slapend deel van de wereld, waar weinig of niets mee aan te vangen was. Ondertussen is het land al goed wakker geworden en staat het klaar om mee de wereldgeschiedenis te gaan bepalen. Het wordt een mogendheid waar de rest van de wereld zal rekening moeten mee houden. Het begin van een nieuw tijdperk, en alhoewel dit de eerste decennia nare gevolgen kan hebben voor het ‘rijke’ deel van de wereld, kan hun invloed op lange termijn de wereld enkel maar verbeteren.
REISSCHEMA
HET
REISVERSLAG China,
ik zag het als een enorm grote struik waaraan zich al jarenlang knoppen vormen,
vanuit de centrale takken, steeds meer en steeds verder, geleidelijk naar alle
takken toe. En zoals gepland, in het jaar van de Olympische Spelen zullen
zowat alle bloemen openstaan. Wat een organisatietalent, een nauwkeurige
planning en perfecte timing hebben die mensen. Beijing 2008 zal de wereld
verbazen, en aan iedereen tonen welk fantastisch land China wel is. Al
mijn verwachtingen zijn mooi ingelost: Beijing is werkelijk een gezellige en
één van de mooiste wereldsteden, het Terracotta-leger in Xi’an is een echt
toppunt van historische kunst, de Lange Muur is een onwaarschijnlijk groot
bouwwerk, en het echte China vindt je nog buiten de grote steden, met toch enorm
vriendelijke en vooral voor de toerist hulpvaardige mensen. Ik
zag slechts enkele van de 23 provincies van de Chinese Volksrepubliek, maar dan
toch vrijwel alle aspecten binnen het bezochte deel. En wat een verschil
tussen de grote en geïndustrialiseerde steden en de dorpen op het platteland,
maar echte armoede heb ik er niet gezien, luxe en rijkdom wel. Ik
wist wel dat ze in China met grote sprongen vooruit gaan, maar dat ze in de
grote steden reeds zover staan, nee dat had ik niet verwacht. Je ziet
natuurlijk wel een land in drie snelheden, en de kloof tussen de verschillende
groepen is dan ook gevaarlijk groot. De
regering, ook nog zo’n ongrijpbaar fenomeen, het is een éénpartijstaat, met
alle macht aan de communistische partij, en toch kreeg ik nergens het gevoel in
een communistisch land te zijn. De Chinezen zijn onderdanig van aard, ze
worden geleid, maar krijgen toch heel veel vrijheid. Gelukkig
hebben de Chinezen meer gevoel voor schoonheid dan de rest van de wereld.
Als voorbeeld geef ik de nieuwe gebouwen die overal de oude vervangen,
‘groot’ alleen is hier niet genoeg, het zijn dikwijls juweeltjes van
architectuur met prachtig design en gevarieerde materiaalkeuze. Alleen
zijn er ook nog de Chinezen natuurlijk, daar dient nog wat aan geschaafd te
worden. De mens zelf kan hier de snelle evolutie blijkbaar nog niet goed
volgen, want fatsoen staat nog niet in hun woordenboek. En
daar bovenop zijn een groot deel van de nieuwe rijken echt arrogant geworden,
die aan iedereen willen tonen dat ze het gemaakt hebben, en hierbij niet
beschaamd zijn om hun medemensen te vernederen. Wat
echter een grote troef is voor China, is dat de Chinezen heel trotse
mensen zijn, die zeer modebewust leven en dan ook alles willen hebben. Ik
heb bijvoorbeeld nog nergens zoveel kappersalons gezien als hier, maar ook de
GSM is hier bijna voor iedereen een dagelijks gebruiksvoorwerp. En dan
meestal nog met ingebouwde camera en dikwijls met geïntegreerde vertaalcomputer
Chinees-Engels. Wat
Engelssprekenden betreft, die moet je meestal nog echt gaan zoeken, alleen in de
toeristische stukken is het makkelijker. Er is echter een grote
inhaalbeweging aan de gang, zodat ze binnen weinige jaren ook hiermee overweg
kunnen. Vanaf hun zesde jaar is Engels nu een verplicht vak geworden in
alle scholen, en dat merk je nu al, want de jongste tonen heel graag dat ze al
enkele woorden spreken. Beijing,
ware het niet van de grote luchtverontreiniging, ik zou het de gezelligste stad
van Azië noemen. Dagen lang heb ik er rondgefietst. Een beetje
ervaring met fietsen in Bangkok en Delhi is wel een groot voordeel, want zo
hectisch als hier in Beijing is het nergens. De stroken om te fietsen zijn
er meestal even breed als deze voor de wagens, maar let wel op, ze komen uit
alle richtingen aangereden, rijden zelden rechts, en het gevaarlijkste, ze
stoppen zomaar midden op het fietspad. Daar lopen dan nog enkele
voetgangers tussen die doen alsof ze op alles voorrang hebben, en hiermee is de
weg volledig gevuld. Bij
aankomst op het Tianan’men plein (Plein van de Hemelse vrede, waar ook wel
eens aards geweld was) kreeg ik toch een machteloos gevoel. Het grootste
plein ter wereld, met aan de overkant het allesoverheersende portret van Mao,
aan de toegangspoort naar de Verboden Stad. Aan
tot rust komen in Beijing heeft men ook gedacht. Er is natuurlijk het
enorme park van het Summerpalace, maar verder vindt je overal in de stad wel
ergens een park met vijvers, brugjes en paviljoenen. Een
andere toeristische topper is de stad Xi’an en haar omgeving. Het
terracottaleger, slechts per toeval ontdekt in 1974 door een boer bij het maken
van een waterput (22 eeuwen na de bouw ervan). Het is opgebouwd uit meer
dan zesduizend levensgrote beelden van krijgers, ruim zeshonderd paarden,
honderd houten en twee bronzen strijdwagens. Beide rijtuigen bestaan uit
3462 bronzen, zilveren en gouden elementen. Van de soldaten zijn er nog
maar een klein gedeelte blootgelegd, waarvan nog geen twee met hetzelfde
gezicht. Het beeld van iedere krijger is zo gedetailleerd afgewerkt en de
gelaatstrekken zijn zo treffend, dat de etnische afkomst van elke soldaat eruit
af te leiden is. De werken werden gestart in 210 vóór Chr., na de
dood van de Eerste (Shi) Verheven (Huang) Keizer (Di) van China. Volgens
de kronieken van die tijd nam het bouwen 40 jaar in beslag en werd er door
zevenhonderdduizend mensen aan gewerkt (waaronder 85 meester-beeldhouwers elk
bijgestaan door 18 assistenten). En
zoals de ‘Taj Mahal’ voor mij het mooiste bouwwerk ter wereld is, beschouw
ik nu het ‘Terracottaleger’ als het grootste kunstwerk ter wereld. Ik
wou de Muur zien met een plaatselijke bewoner als gids, maar vooral een deel dat
niet onder een massa toeristen bedolven is. Dit is nog beter gelukt dan
verwacht, ik heb zelfs met mijn gids in een ‘Watching Tower’ op de Muur
geslapen. Het
was een oude droom van mij om ook eens op de Muur fietsen, en gezien deze overal
op de hoogste toppen van het gebergte gebouwd is moest ik eerst 300 meter
klimmen met de fiets op de schouders. Wat je allemaal moet doen voor
een foto, maar het loont de moeite, want als ik de bevolking mag geloven ‘I
was the first one cycling on the Great Wall’. Ik
zou geen echte Belg zijn moest ik het niet over het eten hebben, en kort
samengevat, de keuken is hier overal eenvoudig, heel lekker en zeer gevarieerd.
Nog nooit zag ik zoveel verschillende soorten groenten, de meeste mij
zelfs onbekend. Vlees eten ze ook wel graag, maar meestal in kleine
hoeveelheden. Behalve als ze Peking-eend serveren of bij één van hun
feesten waar ze dan een echte vleesmaaltijd klaarmaken. Het
beste at ik zelfs op de plaatselijke marktjes, zoals flink gekruide brochette
van kippenmaagjes, in sojasaus gekookte varkenspootjes, gefrituurde visjes met
deegkorstje of op houtskool gegrilde octopus, om maar enkel voorbeelden te
geven. Ik
kreeg daar wel de indruk dat Chinese kippen meer dan twee poten hebben, want op
de markt zag ik meer krokant gebakken kippenpootjes dan de rest van de kip.
Je weet niet altijd wat je aan het eten bent, maar het smaakt steeds lekker en
de keuze is enorm groot. Een korte opsomming van wat voor ons Westerlingen
ongewone ingrediënten zijn, iedereen spreekt er wel eens over, maar ik proefde
het: onder andere hun hond, een kwal, enkele schorpioenen en al het andere waar
waarschijnlijk alleen een Chinese naam voor bestaat.
Home Page
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||